Verbod op kidsmarketing

In Leiden hebben wij in het najaar van 2018 geïnventariseerd voor een quickscan hoe men denkt over kidsmarketing. In totaal hebben we 138 mensen ondervraagd. Een van de gestelde vragen betrof de mening over een verbod op kidsmarketing van ongezonde producten. Een aantal organisaties, zoals de Consumentenbond en de Hartstichting pleit hier namelijk voor, omdat het ongezondheid van kinderen in de hand zou werken. Zo’n verbod zou dan inhouden dat er geen reclame meer is toegestaan van ongezonde voedingsmiddelen gericht op kinderen.

Voor of tegen een verbod?

Van de ondervraagden gaf een kleine meerderheid van 56% in Leiden aan voor een dergelijk verbod te zijn. Als redenen gaf men hiervoor bijvoorbeeld dat het beter is voor de gezondheid van kinderen, dat een verbod helpt om bewustzijn te creëren onder ouders, of dat ouders niet meer telkens de confrontatie aan hoeven gaan in de supermarkt met hun kind.

Maar, een op de drie (33%) geeft aan tegen een verbod op kidsmarketing te zijn. Als redenen gaf men dat een verbod te ver gaat of toch niet zou helpen, dat gezondheid van kinderen de verantwoordelijkheid van ouders is, of dat kinderen de bekende figuren op voedingsmiddelen juist leuk vinden en het daarom moet blijven bestaan.

Hoe verhouden deze resultaten zich met andere, landelijke onderzoeken over dit onderwerp? Wij zochten het uit en vergeleken drie onderzoeken met onze resultaten.

leiden.JPG

Vergelijking met drie onderzoeken

Voor zover wij weten hebben drie organisaties onderzoeken uitgevoerd over dit onderwerp: de Hartstichting, het Voedingscentrum, en Radar. Alle drie deze onderzoeken behandelden een mogelijk verbod op kidsmarketing, maar in verschillende maten.

 

Radar

Het programma Radar besteedde in de uitzending van 15 oktober 2018 aandacht aan kidsmarketing, en dan met name het verbod op tv-reclame voor voedingsmiddelen gericht op kinderen onder de 13 jaar. Deze doelgroep kijkt namelijk steeds meer online filmpjes, bijvoorbeeld op YouTube. Voor deze ‘nieuwe’ mediakanalen is nog geen dergelijk verbod opgesteld. Hoogleraar mediaopvoeding Peter Nikken noemt de nieuwe media daarom “een soort wilde westen”, waarbij men van alles uitprobeert om producten op de een of andere manier naar voren te laten komen. Voorafgaand aan deze uitzending is het Testpanel van Radar in oktober 2018 een stelling of enkele vragen voorgelegd over dit onderwerp. Uit deze poll kwam naar voren dat maar liefst 88% voor een verbod op kidsmarketing is (waarbij 651 panelleden hebben meegedaan aan het onderzoek). Dat verschilt nogal met ons onderzoek, waarbij iets meer dan de helft (56%) voor een verbod is! Hoe dit komt, is niet duidelijk—voornamelijk omdat niet is te traceren welke vragen aan de Testpanelleden zijn gesteld. Het is mogelijk dat de vraag is ingeleid met een inleiding vanuit dezelfde invalshoek als de Radar-uitzending: die waarin de voedingsmiddelenindustrie als boeman wordt aangewezen. Zeker weten doen we dit echter niet.

Voedingscentrum

Dan naar het onderzoek van het Voedingscentrum. Hierbij zijn 1010 ouders in 2018 ondervraagd, een groep die volgens het Voedingscentrum representatief is voor geslacht, provincie en opleiding. Bij dit onderzoek ligt het percentage dat voor een verbod is iets lager dan bij Radar. Hoewel 63% van de respondenten hier aangeeft dat er iets moet gebeuren tegen kidsmarketing van ongezonde producten, is slechts 36% expliciet voor een verbod. Het verschil met ons veldonderzoek in Leiden (waarbij 56% voor verbod is), is te verklaren met twee redenen. Allereerst ondervroeg het Voedingscentrum alleen ouders, en wij iedereen (alhoewel 69% wel aangaf kinderen te hebben). Ten tweede is de vraag van het Voedingscentrum als open vraag geformuleerd: “Wat moet er volgens u gebeuren om kidsmarketing van ongezonde producten tegen te gaan?”, waarbij 36% expliciet een verbod opperde. In onze vragenlijst werd het verbod voorgelegd, waarbij men kon aangeven voor of tegen te zijn.

 

Hartstichting

In 2014 gaf de Hartstichting opdracht aan onderzoeksbureau GfK om de mening van ouders te peilen over kidsmarketing. Hierbij zijn 1000 ouders ondervraagd, waarbij ongeveer hetzelfde beeld uitkomt als de hiervoor genoemde onderzoeken. De mening over het verbod op kidsmarketing is gepeild middels drie vragen:
- “Er mag geen reclame gemaakt worden voor ongezonde voedingsmiddelen richting kinderen”
- “Er mag geen reclame gemaakt worden op de verpakking van ongezonde voedingsmiddelen voor kinderen”
- “Er mag in de supermarkt geen reclame gemaakt worden voor ongezonde voedingsmiddelen voor kinderen”

Respectievelijk 57%, 50% en 45% geeft aan dat de betreffende regel moet worden ingevoerd. Wanneer deze cijfers bij elkaar worden genomen, kan worden geconcludeerd dat 51% voor een verbod is. Ook hierbij zijn enkel weer ouders ondervraagd.

 

Conclusie

Kortom, ons veldonderzoek in Leiden komt nog best overeen met landelijke onderzoeken over kidsmarketing. Ondanks het ontbreken van representativiteit is het toch interessant om te zien hoe grote landelijke onderzoeken zich verhouden tot onze cijfers. Bovendien laten alle bovengenoemde onderzoeken zien dat men zich bekommert om de gezondheid van kinderen. Wij zijn benieuwd hoe kidsmarketing er over een paar jaar voor staat. Zouden Disneyfiguren dan alleen nog op snoeptomaatjes en -komkommertjes te vinden zijn, en niet meer op koek en snoep?